De rode draad van pesten: altijd bang voor de reactie van de ander
Sommige dingen draag je je hele leven met je mee. Niet omdat je dat wilt, maar omdat ze zich vastzetten — diep vanbinnen. Pesten is daar een van.
Mensen denken vaak dat het iets is van de schooltijd, dat het ophoudt zodra je volwassen wordt. Maar de waarheid is dat de woorden, blikken en klappen van vroeger soms jaren later nog na-echoën.
Ik weet dat, want ik heb het meegemaakt.
De eerste littekens
Op de lagere school werd ik jarenlang gepest. Niet alleen met woorden, maar ook met daden.
Ik werd vaak opgewacht op weg naar huis. Dan stonden ze daar — lachend, schreeuwend, duwend, slaand. En ik? Ik deed niets.
Ik slikte het in. Dag na dag.
Bang om iets te zeggen. Bang om het erger te maken. Bang voor de reactie van de ander.
Toen ik naar de MAVO ging, dacht ik dat het voorbij zou zijn. Een nieuwe start, een frisse kans.
Maar ook daar was ik opnieuw het doelwit. Alsof iemand precies aanvoelde dat ik geen weerwoord gaf.
Ik was een makkelijk slachtoffer — stil, teruggetrokken, iemand die alles over zich heen liet komen.
En hoe meer ik me inhield, hoe harder ze gingen.
Het hield niet op
Jaren later, toen ik werkte, dacht ik dat ik eindelijk een plek had gevonden waar ik mezelf kon zijn.
Maar ook daar gebeurde het weer.
Eén die vond dat we nooit genoeg deden, collega's die elkaar de hand boven het hoofd hielden, een sfeer waarin ik nooit echt werd gezien.
Vrij nemen na tachtig uur werken? “Niet de bedoeling.”
We deden het nooit goed genoeg.
En ook daar slikte ik het weer in.
Gewoon doorgaan. Niet klagen. Niet moeilijk doen.
Zelfs in mijn laatste relatie herhaalde het patroon zich.
Ik probeerde alles goed te doen. Alles te geven.
Ik wilde de perfecte partner zijn — begripvol, lief, behulpzaam.
Maar hoe meer ik gaf, hoe minder ik terugkreeg.
Tot ik op een dag besefte dat ik mezelf opnieuw was kwijtgeraakt.
De rode draad
Als ik terugkijk, zie ik een patroon.
De rode draad in mijn leven is dat ik alles toeliet zonder er iets van te vinden.
Bang voor de reactie van de ander.
Bang om iets kapot te maken.
Bang om te zeggen: tot hier en niet verder.
Maar ergens, diep vanbinnen, is er iets veranderd.
Het is nog maar klein, maar het is er: het besef dat ik er óók mag zijn.
Dat mijn stem net zo belangrijk is als die van een ander.
Dat grenzen stellen niet hetzelfde is als lastig zijn — het is een vorm van zelfrespect.
Ik leer nu om niet meer te slikken wat pijn doet.
Om te zeggen wat ik voel.
Om mezelf niet langer te verstoppen achter angst.
Misschien is dat wat heling betekent — niet dat de littekens verdwijnen, maar dat je leert dat ze bij je horen.
Dat ze je sterker maken, zachter ook.
Een oproep
Pesten laat sporen na die niemand ziet. Soms draag je ze jarenlang met je mee.
Maar je bent niet wat je is aangedaan.
Als jij dit leest en iets herkent: praat erover.
Met iemand die luistert, met iemand die begrijpt hoe zwaar zwijgen kan zijn.
En als je iemand ziet worstelen — loop niet voorbij.
Soms kan één blik, één vraag, één klein gebaar het verschil maken.
We hoeven het niet meer alleen te dragen.
“Wees een vriend, geen pestkop.”
https://www.weektegenpesten.nl/
Reacties
Een reactie posten