Je zal het maar hebben

Je zal het maar hebben

Het is de titel van een bijzonder televisieprogramma: Je zal het maar hebben. Een programma waarin mensen vertellen over hun leven met een handicap. Soms zichtbaar, soms niet. Je ziet mensen met fysieke beperkingen, met zeldzame aandoeningen, met lichamen die anders functioneren dan de meeste lichamen. Maar wat het programma vooral laat zien, is hoe mensen hun weg vinden in een leven dat niet volgens het standaardplaatje loopt.

En telkens denk ik: je zal het maar hebben.

Sommige handicaps zie je meteen. Een rolstoel. Een prothese. Een lichaam dat anders beweegt. Dat zijn beperkingen die zichtbaar zijn voor de buitenwereld. Mensen herkennen het. Begrijpen dat er iets speelt. Of denken dat ze het begrijpen.

Maar er zijn ook handicaps die je niet ziet.

Mentale worstelingen bijvoorbeeld. Trauma dat zich diep in je systeem heeft vastgezet. Diagnoses zoals complexe posttraumatische stressstoornis – CPTSS. Wonden die niet op de huid zitten maar in het zenuwstelsel, in herinneringen, in patronen die ooit nodig waren om te overleven.

Dat is het soort handicap waar je geen gips omheen krijgt. Geen rolstoel voor bestaat. Geen snelle uitleg voor is.
En toch beïnvloedt het je leven, elke dag.

Je zal het maar hebben.

De afgelopen tijd loop ik vast in iets wat eigenlijk bedoeld is om te helpen: de GGZ. De geestelijke gezondheidszorg. Een systeem dat in theorie is ontworpen om mensen te ondersteunen wanneer het mentaal te zwaar wordt.

Maar de werkelijkheid is ingewikkelder.
De GGZ is namelijk ingericht op systemen. Op protocollen. Op classificaties. Op hokjes die in handboeken staan, zoals de DSM-5. Dat handboek probeert psychische problemen te ordenen, te benoemen, te categoriseren. En ergens is dat logisch, want zorgsystemen houden van duidelijkheid.

Maar het leven is zelden zo overzichtelijk.

Trauma is zelden netjes geordend. Mensen zijn zelden een optelsom van één diagnose. En sommige ervaringen vallen simpelweg buiten de lijntjes van wat goed in een classificatiesysteem past.

En dan wordt het ineens complex.
Niet omdat jij complex bent als mens, maar omdat het systeem moeite heeft met alles wat niet precies in een vakje past. Wat buiten het spectrum van de DSM-5 valt, wordt lastiger te plaatsen. Lastiger te vergoeden. Lastiger te behandelen binnen de bestaande structuren.

En daar loop ik nu tegenaan.

Je zal het maar hebben.

Gelukkig ben ik niet de enige. Er zijn veel mensen die ergens tussen de regels van het systeem vallen. Mensen met complexe trauma’s. Met overlappende diagnoses. Met levensverhalen die niet in één classificatie samen te vatten zijn.
Dat besef is ergens troostend.

Maar tegelijk ook verdrietig.

Want het betekent dat een zorgsysteem dat bedoeld is om mensen te helpen, soms vooral is ingericht rondom verzekeringsmodellen, behandelcodes en administratieve structuren. Rondom wat vergoed wordt en hoe iets geregistreerd moet worden.
Niet altijd rondom wat een mens werkelijk nodig heeft.
En dat maakt alles ingewikkelder dan het al is.

Je zal het maar hebben.

Toch zit er in die zin ook iets anders. Iets wat ik steeds vaker besef. Want je zal het maar hebben betekent ook: je leeft er nog mee. Je staat er nog. Je probeert het nog steeds te begrijpen, vorm te geven, ermee te leren leven.
En misschien zit daar wel iets van kracht.

Niet omdat het makkelijk is. Niet omdat het romantisch is. Maar omdat blijven zoeken naar een manier om verder te gaan, ondanks alles, misschien wel het meest menselijke is dat er bestaat.

Je zal het maar hebben.

En toch… zit er nog een andere kant aan die zin.

Want in mijn geval kun je ook zeggen:
Je zal het maar treffen.

Treffen dat ik, juist op momenten dat het systeem vastloopt, mensen tegenkom die wél begrijpen wat er speelt. Mensen die verder kijken dan een diagnosecode. Mensen die zien dat achter het label gewoon een mens zit met een verhaal.

Mensen die helpen om iets te realiseren.

Niet alleen hulp ontvangen, maar ook groeien. Leren begrijpen hoe trauma werkt. Leren zien hoe overleven je gevormd heeft. Leren dat wat ooit een beschermingsmechanisme was, ook iets kan worden waar kracht uit ontstaat.

Ik probeer namelijk iets te doen wat misschien wel het moeilijkste is:
van iets negatiefs iets positiefs maken.

Niet door het verleden mooier te maken dan het was.

Niet door te doen alsof trauma een cadeau is.

Maar door te weigeren dat het alleen maar schade blijft.

Door te kijken: wat kan hieruit ontstaan?
Wat kan ik hiermee doen?
Hoe kan dit, hoe zwaar ook, uiteindelijk ook iets waardevols opleveren?
Dat proces is niet netjes. Niet lineair. Soms rauw. Soms pijnlijk. Soms frustrerend wanneer systemen niet meebewegen.

Maar het is wel echt.

Dus ja.

Je zal het maar hebben.

Maar misschien kun je soms ook zeggen:
Je zal het maar treffen.

Dat je onderweg mensen tegenkomt die zien wat mogelijk is.
Die helpen bouwen aan iets nieuws.
En misschien — heel misschien — kan daar uiteindelijk iets ontstaan dat sterker is dan wat ooit kapot ging

Reacties

Populaire posts van deze blog

De Wachtkamer van de Ziel

In moeilijke tijden leer je pas echt je vrienden kennen

Gaslighting – als liefde langzaam aan het licht knaagt