Geen Grenzen, Geen Ik

Er is iets wat ik lange tijd niet kon: grenzen stellen.
Sterker nog, ik wist niet eens dat ik ze had.
Ik heb altijd alles maar toegelaten. En als ik eerlijk ben, vind ik het nog steeds lastig om dat anders te doen.

Vroeger leerde ik dat het veiliger was om niet lastig te zijn. Niet opvallen. Niet te veel ruimte innemen. Ik werd gepest. Ik wist hoe het voelde om de pispaal te zijn. Dus paste ik me aan. Ik werd stil. Lief. Begripvol. Meegaand.
Als ik maar geen reden gaf om afgewezen te worden.

Als ik maar niet “te veel” was.
Pleasen werd mijn overlevingsstrategie. Behagen werd mijn manier om pijn te vermijden. Want als iedereen tevreden was, dan kon niemand mij raken. Dat dacht ik tenminste.

Op het werk zei ik overal ja op. In oude vriendschappen slikte ik mijn irritaties in. In relaties schoof ik mijn behoeften steeds verder naar achteren. Mijn eigen verlangens waren ondergeschikt aan de rust, de harmonie, het beeld van “lief zijn”.

En toen kwam die relatie van dertien jaar.

Dertien jaar waarin ik mezelf steeds verder kwijtraakte. Narcistisch misbruik is iets wat langzaam gebeurt. Het is geen klap die je ziet aankomen. Het is druppel voor druppel. Een opmerking hier. Twijfel daar. Een subtiele verschuiving van wat normaal is.
Ik cijferde mezelf volledig weg. Altijd.
Wat ik wilde deed er niet toe. Wat ik voelde werd overdreven genoemd. Mijn grenzen – als ik ze al voorzichtig probeerde aan te geven – werden genegeerd, belachelijk gemaakt of omgedraaid.

Dus stopte ik met aangeven.

Ik koos voor liefhebben. Voor pleasen. Voor begrip tonen. Voor mezelf aanpassen. Ten koste van mij.
Ik liet alles toe.
En wat er overbleef, was een versie van mezelf zonder duidelijke identiteit. Iemand die niet meer wist wat hij leuk vond, wat hij nodig had, wat hij belangrijk vond. Iemand die al heel lang geen grenzen meer kon aangeven, omdat ze simpelweg niet meer voelde waar die lagen.

Dat is misschien nog wel het pijnlijkste: niet alleen dat je geen grens stelt, maar dat je hem niet eens meer herkent.

Ook nu gebeurt het nog. Dat iemand iets zegt of doet wat over mijn grens gaat. Dat ik het voel in mijn lichaam – een knoop in mijn maag, spanning in mijn borst – maar dat ik dichtklap. Dat ik als het ware weggeblazen word door de energie van de ander.

Ik zie het gebeuren.
Ik voel het gebeuren.
Maar ik anticipeer niet.
Ik bevries.

En achteraf denk ik: waarom zei ik niets? Waarom liet ik het weer gebeuren?
Het antwoord is niet dat ik zwak ben. Het antwoord is dat mijn systeem jarenlang geleerd heeft dat veiligheid ligt in aanpassen. In stil zijn. In geen weerstand bieden.
Grenzen stellen voelt voor mij nog steeds als gevaar. Alsof ik iemand teleurstel. Alsof ik afgewezen zal worden. Alsof ik weer dat kind ben dat te veel is.

Maar ik begin te begrijpen dat grenzen geen aanval zijn. Ze zijn een afbakening van wie ik ben. Ze zeggen niet: “Jij bent fout.”
Ze zeggen: “Dit ben ik.”
En misschien is dat wel waar het voor mij om draait. Niet om ineens overal hard “nee” te roepen. Niet om een compleet ander mens te worden. Maar om mezelf weer langzaam te leren kennen.

Wat voel ik?
Wat wil ik?
Wat past bij mij?

En als ik dichtklap, mezelf daar niet meer om veroordelen. Maar zien dat het een oud patroon is. Een oude beschermingslaag die ooit nodig was.

Ik heb jarenlang alles toegelaten om te overleven.

Nu wil ik leren begrenzen om te leven.
Dat gaat niet in één keer. Soms zal ik nog steeds stilvallen. Soms zal ik pas achteraf beseffen dat iets niet oké was. Maar elke keer dat ik het opmerk, elke keer dat ik het erken, zet ik een kleine stap terug naar mezelf.
Ik ben niet meer dat kind dat niet mag opvallen.

Ik ben niet meer die partner die zichzelf moet wegcijferen om liefde te verdienen.

Ik mag ruimte innemen.
Ik mag lastig zijn.
Ik mag nee zeggen.

En misschien is grenzen stellen voor mij geen grote muur bouwen, maar zachtjes leren zeggen:
“Tot hier. En niet verder.”

Reacties

Populaire posts van deze blog

De Wachtkamer van de Ziel

In moeilijke tijden leer je pas echt je vrienden kennen

Liefde met een narcist: hoe mijn relatie langzaam verdween